Van Belvezet naar La Bastide via de GR®7
Ik had over de Cevennen gehoord als een paradijs voor wandelaars; een hoekje van Frankrijk waar de natuur nog ongerept is en de wandelpaden goed zijn gemarkeerd, minder "sportief" dan in de Alpen of de Pyreneeën. Na wat onderzoek op het internet mocht ik het gastenhuis in La Bastide-Puylaurent niet missen, waar ik besloot een paar dagen te verblijven.
Philippe, de eigenaar van L'Etoile, roemt de charme van het zeer pittoreske treintje naar Mende, dat ik neem voor de heenreis naar Belvezet via Chasseradès. Vanaf daar keer ik te voet terug over de GR®7.
Ik heb mijn rugzak nog niet ingepakt of mijn zevenmijlslaarzen aangetrokken, en bovendien ben ik verwikkeld in een diepgaand gesprek met Patrick, een eenzame wandelaar op de Stevenson-route. Hij vertelt me over de beperkingen van het leven in Parijs en de uiterste conditionering waaraan hij koste wat het kost wil ontsnappen.
Voor de zekerheid bestel ik bij Philippe een lunchpakket, aangezien er in Belvezet geen winkels lijken te zijn en ik de 19 km terug niet met een lege maag wil lopen.
Het treintje rijdt door de weiden en bossen langs de Allier naar Chasseradès, een ware herontdekking van het plezier om de trein te nemen in deze idyllische landschappen.
Aankomst op het station van Belvezet, waar twee gepensioneerde echtparen hun wandelschoenen aantrekken. Wandelaars aller landen, verenigt u! We maken een praatje; ze komen uit het oosten van Frankrijk en hebben, als leden van de grote spoorwegfamilie, het tot gîte verbouwde station gehuurd. Ik prijs de verdiensten van L'Etoile, de charme van de gastheer en de vele mogelijkheden voor wandelingen en culturele ontdekkingen in de omgeving. In ruil daarvoor bevestigen ze me dat er inderdaad geen kruidenier is in Belvezet, noch ergens anders in een omtrek van 15 km; mijn picknick zal dus zeer welkom zijn.
De oriëntatie bij het vertrek is lastig; gelukkig heeft Philippe me de routekaart op schaal 1:25.000 meegegeven, anders was ik vast wel op de juiste GR vertrokken, maar dan in de tegenovergestelde richting, om 's avonds verrassend aan te komen in Le Bleymard, aan de voet van de Mont Lozère... Maar goed, ik vertrek vrolijk richting Chazeaux, maak een praatje met twee mensen in hun tuin, en ga op weg naar de toppen. Wees overigens waakzaam bij het doorkruisen van het dorp, want het pad maakt een stompe hoek en de markeringen zijn nauwelijks zichtbaar. De weg stijgt, verandert in een pad en slingert tussen weiden omzoomd door muurtjes vol bloeiende brem, terwijl melancholische koeien me nakijken.
Kent u het lied:
"In het mooie Luilekkerland,
is een spoorweg aangelegd,
die het platteland doorkruist,
tussen twee rijen groene bomen.
Op de telegraafdraden,
zijn de vogels neergestreken,
en de melancholische koeien,
grazen bij de overweg."
Het pad komt uit op een smal weggetje dat we zo'n 50 meter volgen. Daarna nemen we een onverhard, stijgend pad recht voor ons, terwijl de weg iets naar links buigt. De markering is zichtbaar bij de ingang. Eigenlijk moet je, bij wijze van spreken, blind vertrouwen hebben en stoïcijns het hoofdpad blijven volgen, waarbij je alle zijpaden negeert, totdat je op een open vlakte aankomt.
Toch zijn er enkele herkenningspunten: op de top van de eerste klim, waar het beboste deel begint, moet je zonder aarzelen linksaf slaan; 100 meter verderop zie je rechts een klein waterpunt. Zodra je op de open vlakte komt, zie je al snel aan je linkerhand de Moure de la Gardille, bekroond met een antenne. Blinde overtuiging is niet meer nodig, overal zijn markeringen!
Maar wat is het hier prachtig! We bevinden ons op de bergkam. Zover het oog reikt, zie je aan weerszijden uitgestrekte beboste of open vlaktes, en in de verte dorpjes in de valleien of op de heuvels. Ver weg aan de linkerkant liggen de bergen van de Velay, en aan de rechterkant de Allier-vallei, met in de verte de eerste uitlopers van de Cevennen. En alsof dat nog niet genoeg is, krijg je er een immense lucht bij, plus een stevige wind die de taal van het zwerven spreekt. Het doet ons, tijdelijke passagiers op aarde, denken aan andere wegen, aan meer innerlijke reizen. De grond veert mee en we lopen met lichte tred door dit grootse decor, waar het geluk haast te groot lijkt om te bevatten.
Maar we dwalen af: de markeringen zijn fris geschilderd, geen zorgen dus, alleen af en toe wat schaduw, wilde bloemen en altijd dat verre, weidse uitzicht dat voortdurend verandert. Na een klein uur wandelen over deze hoogvlaktes bereiken we weer een bebost gebied, waarna de afdaling naar de Allier-vallei begint. Aan de overkant is de abdij Notre-Dame-des-Neiges op de helling van de Ardèche te zien. We komen weer op de Stevenson-route, die hier samenloopt met de GR®7, tot in La Bastide-Puylaurent en haar grote, gastvrije vakantiehuis. Op naar het volgende geluksmoment! Door Solange Maillet